ECLI:NL:CRVB:2009:BK4273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste woonadresgegevens
Appellant ontving bijstand sinds 1990 en gaf een woonadres op waar hij volgens onderzoek niet feitelijk woonde. Na meerdere niet-geslaagde pogingen om appellant op het opgegeven adres aan te treffen en een huisbezoek waarbij geen persoonlijke spullen werden gevonden, trok het College de bijstand met ingang van 1 januari 1996 in. De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekkingsdatum niet op die datum kon worden vastgesteld en bepaalde een nieuwe datum.
Het College stelde de intrekking vast op 12 januari 2006 wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de termijn voor het beslissen op bezwaar was overschreden, maar de Raad kwalificeerde dit als een termijn van orde zonder gevolgen voor de zaak.
De Raad concludeerde dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren om te oordelen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en dat hij onjuiste informatie had verstrekt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het College handelde bevoegd en conform beleid. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand vanaf 12 januari 2006 wegens onjuiste woonadresgegevens.