ECLI:NL:CRVB:2009:BK4509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante, werkzaam als klassenassistent, meldde zich ziek met psychische klachten en werd beoordeeld op haar arbeidsongeschiktheid volgens de Wet WIA. De verzekeringsarts stelde vast dat zij geen benutbare arbeidsmogelijkheden had, maar dat herstel binnen drie tot zes maanden mogelijk was, waardoor geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
Het Uwv kende appellante een loongerelateerde WGA-uitkering toe, wat door appellante werd bestreden. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het Uwv opdracht een nieuw besluit te nemen, omdat het beoordelingskader niet volledig was gevolgd. Na hernieuwde beoordeling bleef het Uwv bij haar standpunt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd gewezen op medische rapporten die een verbetering van de situatie verwachtten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het beoordelingskader correct is toegepast, dat het niet volgen van alle stappen niet automatisch strijdig is met het recht, en dat het recht op IVA-uitkering niet is ontstaan omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.
De Raad verwijst naar medische rapporten waaruit blijkt dat behandeling op termijn klachtenvermindering kan geven en dat herstel mogelijk is. Ook tegenargumenten van appellante, zoals een vermeende chronische toestand en uitspraken van artsen, worden verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.