ECLI:NL:HR:2009:BH1986
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en beperking partneralimentatie na scheiding en verzoek tot overlegging financiële stukken
De man verzocht de rechtbank Amsterdam om de partneralimentatie, vastgelegd in een echtscheidingsconvenant en echtscheidingsvonnis, te beëindigen of te beperken. Tevens verzocht hij de vrouw om financiële stukken van haar onderneming en belastingaangiften over meerdere jaren te overleggen ter onderbouwing van zijn verzoek. De rechtbank wees deze verzoeken af, en het hof Amsterdam bekrachtigde deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te stellen dat het niet-limiteringsbeding in het convenant niet door de overgangsregeling van de Wet Limitering Alimentatie (WLA) wordt geraakt. Volgens de Hoge Raad geldt art. II lid 4 WLA ook voor convenanten met een niet-limiteringsbeding, waardoor het primaire verzoek van de man terecht is voorgesteld.
Verder is het oordeel van het hof dat het verzoek tot overlegging van stukken slechts de executie van de alimentatieplicht betreft onbegrijpelijk. Het verzoek strekt ertoe dat de rechter op grond van art. 22 Rv Pro. de vrouw kan bevelen stukken te overleggen die relevant zijn voor de beoordeling van het verzoek tot vermindering van alimentatie. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het hof 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.