ECLI:NL:CRVB:2009:BK4516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid UWV tot weigering en terugvordering Ziektewet-uitkering
Betrokkene trad per 15 januari 2007 in dienst als algemeen medewerker en viel op 6 februari 2007 uit wegens huidklachten veroorzaakt door psoriasis. Het UWV weigerde de Ziektewet-uitkering per 6 februari 2007 omdat betrokkene bij aanvang van de verzekering ongeschikt zou zijn geweest voor het werk. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV niet in overeenstemming met artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregels had gehandeld.
In hoger beroep stelde het UWV dat de weigering wel gerechtvaardigd was, ook gezien een verkeerde voorstelling van zaken over de zwaarte van het werk. De Raad oordeelde dat artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregels vereist dat de verzekerde vóór aanvang van de verzekering moet hebben geweten dat hij ongeschikt was, wat hier niet het geval was. De Raad verwierp het betoog van het UWV en bevestigde de vernietiging van het besluit.
Daarnaast had het UWV een voorschot op de Ziektewet-uitkering toegekend en later teruggevorderd. De rechtbank vernietigde ook dit terugvorderingsbesluit omdat niet vaststond dat de voorschotten onverschuldigd waren betaald. De Raad bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat het UWV niet bevoegd was tot terugvordering.
De Raad concludeerde dat het UWV in dit geval niet bevoegd was om de Ziektewet-uitkering te weigeren noch om voorschotten terug te vorderen en bevestigde beide aangevallen uitspraken van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het UWV niet bevoegd was de Ziektewet-uitkering te weigeren en de voorschotten terug te vorderen.