ECLI:NL:CRVB:2009:BK4616

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1025 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugwerkende kracht verhoging ouderdomspensioen en discretionaire bevoegdheid SVB

Appellant heeft vanaf augustus 1995 een ouderdomspensioen ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag in 2007 het pensioen met terugwerkende kracht vanaf januari 2002, omdat zij ten onrechte de Wajong-uitkering van de echtgenote van appellant als inkomen in verband met arbeid had aangemerkt, waardoor een toeslag werd gekort.

De Svb corrigeerde deze fout met een nabetaling over maximaal vijf jaar en wees het bezwaar van appellant tegen deze beperkte terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond vanwege het niet beslissen op verzoeken tot vergoeding van wettelijke rente en fiscale schade, maar wees het beroep verder af.

In hoger beroep betoogde appellant dat de correctie al vanaf augustus 1995 had moeten plaatsvinden. De Raad toetste of de Svb haar discretionaire bevoegdheid om terug te komen op rechtens onaantastbare besluiten volgens het beleid had toegepast. De Raad vond geen aanwijzingen dat de Svb in strijd met haar uitgangspunten had gehandeld en oordeelde dat het beleid rechtmatig is.

De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 november 2009.

Uitkomst: De Raad bevestigt dat de SVB het ouderdomspensioen niet verder dan vijf jaar terug mag verhogen en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

08/1025 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 18 december 2007, 07/1470 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 25 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P. van Lingen, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009. Appellant is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Sturmans.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.2. De Svb heeft appellant met ingang van augustus 1995 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend. Bij de vaststelling van het recht van appellant op een toeslag op dit ouderdomspensioen heeft de Svb de Wajong-uitkering van de echtgenote van appellant aangemerkt als inkomen in verband met arbeid.
1.3. Bij besluit van 6 maart 2007 heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant over de periode januari 2002 tot en met februari 2007 herzien en bepaald dat appellant in aanmerking komt voor een nabetaling van € 23.265,39 netto. Daarbij is aangegeven dat de Wajong-uitkering van de echtgenote van appellant ten onrechte is aangemerkt als inkomen in verband met arbeid, waardoor ten onrechte is gekort op de toeslag. De korting wordt met een terugwerkende kracht van vijf jaar ongedaan gemaakt.
1.4. Bij besluit van 16 mei 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 maart 2007 ongegrond verklaard. Daarbij heeft de Svb aangegeven dat indien blijkt dat een rechtens onaantastbaar besluit onmiskenbaar onjuist is door een fout van de Svb, hij zich in redelijkheid gehouden acht ambtshalve hiervan terug te komen met een terugwerkende tot vijf jaar. De bevoegdheid om ten voordele van de belanghebbende terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit is van discretionaire aard, waarbij het door de Svb gevoerde beleid door de Raad is aanvaard. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van de Svb nog gewezen op het feit dat de wijziging in de kwalificatie van een Wajong-uitkering is doorgevoerd naar aanleiding van jurisprudentie van de Raad uit 2000.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 16 mei 2007 gegrond verklaard voor zover de Svb heeft verzuimd een beslissing te nemen op het verzoek van appellant tot vergoeding van wettelijke rente en van fiscale schade. De rechtbank heeft het bestreden besluit in zoverre vernietigd en het beroep van appellant voor het overige ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd en aangegeven dat de fout van de Svb niet pas met ingang van 2002 maar met ingang van augustus 1995 dient te worden hersteld. Appellant heeft daarbij aangegeven dat als hij te veel zou hebben ontvangen hij wel zou moeten terugbetalen ongeacht de periode dus ook voor 2002.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van de Svb aangegeven dat inmiddels wettelijke rente is betaald over de nabetaling en dat de door appellant voor fiscale advisering geclaimde kosten aan hem zijn vergoed. Tussen partijen is nog in geschil of de Svb heeft kunnen besluiten het aan appellant toegekende ouderdomspensioen niet met een verdergaande terugwerkende kracht dan januari 2002 te verhogen.
4.3. Mede gelet op de jurisprudentie van de Raad in het kader van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt de Raad vast dat een bestuursorgaan in beginsel bevoegd is ten gunste van een betrokkene terug te komen op een eerder ambtshalve genomen besluit. Gebruikmaking van deze discretionaire bevoegdheid kan echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Dienaangaande hanteert de Svb het beleid dat hij zich in redelijkheid gehouden acht terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit indien dit besluit onmiskenbaar onjuist moet worden geacht en de onjuistheid een gevolg is van een fout van de Svb. De uitkering wordt in dergelijke gevallen verhoogd met een volledig terugwerkende kracht, echter tot een maximum van vijf jaar.
4.4. Nu de Svb gevallen als het onderhavige beoordeelt aan de hand van de hiervoor weergegeven uitgangspunten dient de Raad te toetsen of de Svb heeft gehandeld in strijd met deze uitgangspunten. De Raad heeft in de gedingstukken geen aanknopingspunten gevonden om deze vraag bevestigend te beantwoorden. De Raad voegt hieraan toe dat de toepassing van deze uitgangspunten in de onderhavige zaak, gezien de door appellant aangevoerde gronden, niet in strijd komt met het recht.
4.5. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigd de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) W. Altenaar.
RB