ECLI:NL:CRVB:2009:BK4766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke ontheffing operationele taken en toekenning blijvende operationele toelage
Appellant, sinds 1969 werkzaam bij de politie, werd per 12 februari 2007 voor onbepaalde tijd ontheven van zijn taken als brigadier vanwege twijfels over zijn geschiktheid. Na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek werd besloten hem vanaf 19 december 2007 tijdelijk geen operationele taken te laten verrichten, zolang niet was vastgesteld dat zijn geestelijke gesteldheid geen gevaar vormde.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit tot ontheffing omdat onvoldoende was gebleken dat het tekortschieten van appellant hem in overwegende mate kon worden toegerekend, en oordeelde dat het financiële nadeel van het missen van de toelage operationele diensten niet volledig voor appellant mocht komen. De minister werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
De Raad oordeelde dat de minister redelijkerwijs kon besluiten appellant tijdelijk ander werk op te dragen op grond van artikel 64 Barp Pro en bevestigde daarmee de ontheffing, zij het op andere gronden. Het beroep tegen de toekenning van een blijvende operationele toelage van €90 werd ongegrond verklaard omdat dit conform de geldende regels was. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat dit eerst door de minister moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De Raad bevestigt de tijdelijke ontheffing en wijst het beroep tegen de blijvende operationele toelage van €90 af.