ECLI:NL:CRVB:2009:BK4771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren appellante
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 5 augustus 2007 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent. Zij stelde dat zij niet beschikte over duurzaam benutbare mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en betwistte de onderbouwing van het re-integratieproject.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad vond dat de rechtbank de gronden van appellante afdoende had besproken en voldoende had gemotiveerd waarom deze niet slaagden. De psychiater Van Koningsveld gaf in zijn rapport geen beperkingen aan die afweken van de functionele mogelijkhedenlijst.
Verder oordeelde de Raad dat het feit dat het re-integratieproject stil ligt en dat appellante niet succesvol kan worden gere-integreerd, niet leidt tot vernietiging van het besluit. Het UWV had terecht aangevoerd dat appellante zichzelf niet in staat acht om te werken, waardoor een succesvol re-integratietraject niet mogelijk is. De Raad verwees ook naar vaste rechtspraak dat problemen met re-integratie niet van invloed zijn op de schatting van de arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.