ECLI:NL:CRVB:2009:BK4793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellante is wegens beenklachten arbeidsongeschikt verklaard en verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Zowel de rechtbank als de Raad bevestigden dat de medische onderbouwing onvoldoende was om het oordeel van het UWV te betwisten. Appellante stelde dat zij niet in staat was voltijds te werken en voerde bezwaren aan tegen de arbeidskundige beoordeling, waaronder het onterecht meenemen van functies waarvoor zij niet over het vereiste HBO-niveau beschikte.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling juist was, maar dat de arbeidskundige motivering pas in hoger beroep adequaat was onderbouwd. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter geheel in stand conform artikel 8:72, derde lid, Awb.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke arbeidskundige motivering bij besluiten over arbeidsongeschiktheid en de mogelijkheid tot vernietiging bij gebreken daarin.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.