ECLI:NL:CRVB:2009:BK5021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens niet-gemelde werkzaamheden en terugvordering
Appellant ontving sinds 1984 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en epilepsie, berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de uitkering over 2000-2002 op nihil en trok de uitkering per 2003 in vanwege niet-gemelde inkomsten uit werkzaamheden. Tevens werd een terugvordering van ruim €69.000 opgelegd.
Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit gedeeltelijk: de arbeidsongeschiktheid werd voor 2000-2002 ongewijzigd gelaten, de uitkering vanaf 2003 aangepast naar 25-35% en per 2004 ingetrokken, met een terugvordering van bijna €30.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat de niet-gemelde werkzaamheden en inkomsten vaststonden en dat de berekening van het UWV correct was.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn grieven, onder meer over de rechtmatigheid van observaties en de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. De Raad stelde vast dat het geschil beperkt was tot de omvang van de werkzaamheden en inkomsten. De verklaring van appellant aan de sociaal rechercheur werd als betrouwbaar aangenomen, en de berekeningswijze van het arbeidsongeschiktheidspercentage door de bezwaararbeidsdeskundige werd als juist beoordeeld.
De Raad vond geen reden af te wijken van zijn vaste rechtspraak en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De terugvordering en intrekking van de WAO-uitkering bleven in stand. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 27 november 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering wegens niet-gemelde werkzaamheden.