ECLI:NL:CRVB:2009:BK5125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar over medische grondslag
Appellante, sinds 1996 WAO-uitkeringsgerechtigde wegens psychische klachten en een zeldzame huidziekte, kreeg in 2007 haar uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% na een medisch en arbeidskundig onderzoek. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, onder meer vanwege vermeende onzorgvuldigheid in het medisch onderzoek, met name dat de door het UWV geraadpleegde psychiater geen contact had opgenomen met haar behandelend psychiater.
De bezwaarverzekeringsarts liet een expertise verrichten door psychiater Groenendijk, wiens bevindingen en conclusies werden getoetst aan andere medische informatie en verwerkt in een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het medisch onderzoek zorgvuldig, waarbij het ontbreken van direct contact tussen de psychiater en de behandelend arts niet onzorgvuldig werd geacht.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de situatie niet vergelijkbaar is met jurisprudentie waarin een bestuursrechter een deskundige benoemt, en dat de medische grondslag zorgvuldig tot stand is gekomen. Ook vond de Raad geen reden om de aangenomen beperkingen of het ontbreken van een urenbeperking te wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.