ECLI:NL:CRVB:2009:BK5133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening bijstand wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving sinds 1983 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB met een toeslag van 20%. Na een onderzoek naar haar financiële situatie stelde het College vast dat zij weinig uitgaf aan levensonderhoud en dat zij door familie werd ondersteund. Op basis hiervan stelde het College bijstand vast op € 700 per maand met een beperkte bestedingsvrijheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Raad oordeelt anders. De Raad stelt dat het College onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bijstand verlaagd moest worden en dat de situatie van appellante geen zeer bijzondere omstandigheden bevat die een verlaging rechtvaardigen.
De Raad benadrukt dat bijstand wordt verleend volgens een all-in-norm, waarbij de ontvanger vrij is om de bijstand naar eigen inzicht te besteden. Het feit dat appellante hulp van familie ontving en daardoor minder uitgaf aan levensmiddelen, rechtvaardigt geen verlaging van de bijstand.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 1 november 2007, behoudens het herroepen van het besluit van 17 augustus 2006, en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 1 november 2007 tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.