ECLI:NL:CRVB:2009:BK5152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonadresverstrekking
Appellant vroeg bijstand aan nadat hij had verklaard te zijn gaan wonen bij zijn dochter en schoonzoon. Het College wees de aanvraag af omdat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonadres. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel op het opgegeven adres woonde, maar de Raad oordeelde dat hij dit niet aannemelijk had gemaakt. De Raad baseerde zich onder meer op een huisbezoek waarbij de situatie niet overeenkwam met de verklaring van appellant, en op het feit dat appellant nog regelmatig bij zijn ex-echtgenote verbleef.
Hoewel appellant later alsnog bijstand kreeg toegekend, was de feitelijke situatie in de beoordelingsperiode anders. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonde op het opgegeven adres.