ECLI:NL:CRVB:2009:BK5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens passende functie en correcte medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 25 tot 35%. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele mogelijkheden correct waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn klachten, met name met betrekking tot nek- en schouderbelasting en de geschiktheid van de functie productie-medewerker industrie vanwege productiepieken en deadlines.
De Raad overwoog dat de medische rapportages van de bezwaarverzekeringsartsen voldoende en inzichtelijk waren onderbouwd en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook de arbeidskundige rapportages toonden aan dat de functie passend was, omdat uitstel van werkzaamheden mogelijk was en de belastbaarheid niet werd overschreden.
De Raad concludeerde dat de klachten van appellant onvoldoende aanleiding boden om de eerdere beoordeling te wijzigen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd omdat de medische beperkingen en passende functie correct zijn vastgesteld.