ECLI:NL:CRVB:2009:BK5236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek wegens overschrijding redelijke termijn en schadevergoeding in hoger beroep UWV
Het UWV had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar heeft dit hoger beroep bij brief van 13 juli 2009 ingetrokken. Betrokkene verzocht vervolgens om vergoeding van immateriële schade en schade wegens de lange duur van de procedure. De Raad overweegt dat artikel 21a van de Beroepswet niet toestaat om in hoger beroep na intrekking door het bestuursorgaan toepassing te geven aan artikel 8:73 van Pro de Awb voor immateriële schadevergoeding. Betrokkene dient zich met dit verzoek tot het UWV te wenden.
Daarnaast heeft betrokkene een verzoek gedaan om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad oordeelt dat dit verzoek inhoudelijk behandeld kan worden en dat de redelijke termijn in deze zaak vermoedelijk is overschreden, gezien de lange duur van de procedure van ruim zeven jaar en acht maanden. De Raad besluit het onderzoek te heropenen om dit verzoek nader te behandelen en merkt de Staat der Nederlanden aan als partij in deze procedure.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 november 2009 en bevat een uitgebreide motivering over de toepasselijkheid van wettelijke bepalingen en jurisprudentie omtrent schadevergoeding en redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend om het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn nader te behandelen, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.