ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep UWV en proceskostenvergoeding aan betrokkene
Het UWV heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo, maar dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die in hoger beroep zijn gemaakt. De Centrale Raad van Beroep constateert dat het UWV reeds door de rechtbank is veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg, zodat alleen de kosten in hoger beroep nog ter beoordeling staan.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, begroot op €644,- voor verleende rechtsbijstand. Reiskosten van de gemachtigde komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat betrokkene zelf niet aanwezig was bij de zitting en het Besluit proceskosten bestuursrecht geen vergoeding van professionele reiskosten voorziet.
Betrokkene verzocht ook om vergoeding van wettelijke rente, maar de Raad oordeelt dat artikel 21a van de Beroepswet dit niet toestaat nadat het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken. Betrokkene zal dit rechtstreeks bij het UWV moeten aanvragen.
Daarnaast heeft betrokkene een beroep gedaan op schending van de redelijke termijn van de procedure, verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro. De Raad constateert dat de totale procedure bijna acht jaar heeft geduurd, wat aanleiding geeft tot het vermoeden van termijnoverschrijding. De Raad besluit het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor een nadere uitspraak over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €644,- aan proceskosten en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.