ECLI:NL:CRVB:2009:BK5662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting bijstand in de vorm van een geldlening
Appellante ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) en verzocht het College om voortzetting van deze bijstand in de vorm van een geldlening. Het College weigerde dit verzoek, waarna appellante bezwaar maakte en vervolgens in hoger beroep ging tegen de afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 48, tweede lid, van de WWB het College de bevoegdheid geeft om bijstand in de vorm van een geldlening te verlenen, maar dat deze bepaling niet aan de betrokkene een zelfstandig recht op een geldlening toekent. De aanvraag van appellante past niet binnen het systeem van de WWB, omdat bijstand in principe om niet wordt verleend en de geldlening slechts een facultatieve bevoegdheid van het College is.
Daarnaast wijst de Raad erop dat ook bij bijstand in de vorm van een geldlening de arbeidsverplichtingen van de betrokkene blijven gelden en dat het niet nakomen daarvan kan leiden tot verlaging van de bijstand. Het standpunt van appellante dat haar aanvraag aansluit bij een suggestie van de Commissie voor de bezwaarschriften wordt door de Raad niet gevolgd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van voortzetting van bijstand in de vorm van een geldlening wordt bevestigd.