ECLI:NL:CRVB:2009:BK5754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante heeft zich ziek gemeld wegens chronische vermoeidheidsklachten, astma en gewrichtspijnen en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 26 mei 2006 geen recht had op een uitkering omdat zij geschikt was voor haar eigen werk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geschikt was voor haar administratieve functie.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling dat zij door het chronisch vermoeidheidssyndroom haar werk niet kan hervatten. De Raad overwoog dat de medische grondslag van het besluit zorgvuldig was en dat geen nieuwe medische informatie was aangeleverd. De arbeidskundige rapporten toonden overtuigend aan dat appellante geschikt is voor haar eigen werk.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.