Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5931

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2192 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbZiektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid ondanks medische klachten

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 24 mei 2007 te beëindigen, omdat zij volgens het UWV geschikt is voor haar arbeid als tomatensorteerder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV een juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen voldoende volledig en zorgvuldig was.

In hoger beroep stelt appellante dat zij meer beperkt en ongeschikt is tot werken, onder meer vanwege het carpaal tunnelsyndroom en een combinatie van psychische en lichamelijke problematiek. Deze stellingen zijn echter niet onderbouwd met nieuwe medische gegevens. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapporten van 2 juli 2008 en 7 april 2009 deze grieven voldoende weerlegd.

De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er zijn geen gronden om af te wijken van het oordeel dat appellante geschikt is voor haar arbeid en dat het besluit van het UWV terecht is genomen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor haar arbeid.

Uitspraak

08/2192 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 maart 2008, 07/2955
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Namens appellante is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. P.C.M. Huijzer.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld en door partijen niet zijn betwist. De Raad volstaat met het volgende.
1.2. Bij besluit van 24 mei 2007 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij ingaande
24 mei 2007 geen recht (meer) heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet omdat zij geschikt is tot het verrichten van haar arbeid.
1.3. Bij besluit van 19 juli 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 24 mei 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, kort samengevat, overwogen dat het Uwv een juiste maatstaf arbeid heeft gehanteerd door in het geval van appellante, die vanuit een werkloosheidssituatie ziek is geworden, uit te gaan van de - daarvoor laatstelijk verrichte - arbeid van tomatensorteerder, waarbij de eventuele bijzondere werkomstandigheden bij die werkgever geen rol spelen. De rechtbank heeft overigens de werkomschrijvingen van deze arbeid in de rapporten van de verzekeringsartsen als voldoende volledig aangemerkt. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat hetgeen namens appellante in beroep is aangevoerd, in het bijzonder in de rapporten van het Instituut Psychosofia, met verwijzing naar de vaste jurisprudentie van de Raad, geen reden geeft om het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen als onvolledig, onzorgvuldig of anderszins onjuist te bestempelen. De overige in beroep overgelegde medische gegevens en de aangegeven klachten zijn door de (bezwaar)verzekeringsarts voldoende in de beoordeling betrokken en hoefden naar het oordeel van de rechtbank niet in de weg te staan aan de conclusie dat appellante geschikt was voor haar arbeid.
3. Hetgeen daartegen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan de rechtbank. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. De Raad laat daarbij meewegen dat het standpunt van appellante, dat zij meer beperkt en ongeschikt tot werken zou zijn, in hoger beroep niet is onderbouwd met nadere medische gegevens. De Raad is voorts van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts J.C. Weegink in zijn rapporten van 2 juli 2008 en 7 april 2009 de in hoger beroep door de gemachtigde van appellante naar voren gebrachte grieven, met name dat geen rekening is gehouden met het carpaal tunnelsyndroom en met de combinatie van de psychische en lichamelijke problematiek in relatie tot het werk van tomatensorteerder, voldoende heeft weerlegd.
4. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) F. Heringa.
CVG