ECLI:NL:CRVB:2009:BK5938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als medewerkster postkamer en later als receptioniste/telefoniste. Na ziekmelding met rug- en buikklachten ontving zij een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot echter per 27 april 2007 het ziekengeld stop te zetten omdat appellante niet langer arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat de medische rapportages van de verzekeringsartsen zorgvuldig en overtuigend waren en dat appellante geschikt was voor haar arbeid. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij nog steeds volledig arbeidsongeschikt was vanwege lichamelijke en psychische klachten, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische informatie onvoldoende aanknopingspunten bood om het standpunt van de verzekeringsartsen te betwijfelen. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, dat appellante vanaf 27 april 2007 niet langer recht had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor haar arbeid.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden, in aanwezigheid van griffier F. Heringa, op 9 december 2009.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld werd per 27 april 2007 beëindigd omdat appellante geschikt werd geacht voor haar arbeid.