ECLI:NL:CRVB:2009:BK5973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 14 februari 2003 een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering per 5 februari 2007 naar 65 tot 80% en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank benoemde psychiater Kazemier als deskundige, die concludeerde dat appellant ondanks psychische klachten in staat is tot enige arbeid.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en verwees naar een rapport van psycholoog Huisman. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige Kazemier en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen medische informatie had aangeleverd die de FML in twijfel trok.
De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op basis van medische beperkingen en passende functies. Het UWV heeft de herziening van de WAO-uitkering terecht gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.