ECLI:NL:CRVB:2009:BK6382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 11 juli 2007. Het bezwaar werd gedeeltelijk gegrond verklaard, waarna de uitkering werd vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn arbeidsongeschiktheid ongewijzigd volledig was gebleven en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name vanwege het ontbreken van lichamelijk onderzoek en onvoldoende rekening met psychische beperkingen. Tevens werd verzocht een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk onderzoek, en dat alle medische informatie, waaronder de brieven van de anesthesioloog, was beoordeeld zonder aanleiding tot wijziging van het verzekeringsgeneeskundig standpunt. De psychische beperkingen gaven geen reden om de belastbaarheid anders vast te stellen. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als juist aanvaard.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 11 juli 2007.