ECLI:NL:CRVB:2009:BK6386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passende functies ondanks psychische beperkingen
Appellante, voormalig inpakster, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling trok het UWV de uitkering per 17 juni 2007 in, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de toegewezen functies niet passend waren vanwege haar beperkingen, vooral op het gebied van samenwerken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de functies productiemedewerker industrie, productiemedewerker textiel en huishoudelijk medewerker gebouwen passend waren, mede vanwege eigen afgebakende deeltaken.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en leverde nieuwe medische informatie aan. De Raad concludeerde echter dat deze informatie geen aanleiding gaf tot het aannemen van andere of verdere beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts had alle medische gegevens beoordeeld en het standpunt bevestigd.
De Raad onderschreef dat de functies passend zijn, waarbij de samenwerking binnen een eigen afgebakende deeltaak valt binnen de toegestane belasting. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en er werd geen schadevergoeding toegekend. Tevens werd afgezien van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de toegewezen functies passend zijn ondanks de psychische beperkingen van appellante.