ECLI:NL:CRVB:2009:BK6476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing WGA-uitkering op grond van artikel 67 Wet WIA ondanks kennelijke misslag in besluit
De appellant maakte bezwaar tegen de schorsing van zijn WGA-uitkering door het UWV, waarbij het besluit onterecht verwees naar artikelen 20 en 22a van de Toeslagenwet in plaats van artikel 67 van Pro de Wet WIA. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de verwijzing naar de artikelen van de Toeslagenwet een kennelijke misslag was, maar dat dit geen gevolgen had omdat duidelijk was dat de schorsing was gebaseerd op artikel 67 Wet Pro WIA. De Raad verwierp het standpunt van appellant dat artikel 67 onjuist Pro was toegepast en sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank.
Daarnaast benadrukte de Raad dat het UWV met bekwame spoed een definitieve beslissing moet nemen over het recht op uitkering voor de periode van 1 maart 2007 tot 1 augustus 2008. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing van de WGA-uitkering op grond van artikel 67 Wet WIA ondanks de kennelijke misslag in het besluit.