ECLI:NL:CRVB:2009:BK6482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging immateriële schadevergoeding en wettelijke rente bij nabetaling WAO-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die later onrechtmatig werd verlaagd. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Amsterdam een immateriële schadevergoeding van €5.000,-- vast wegens het aan appellant toegebrachte leed en kende daarnaast een vergoeding toe voor de traagheid van de bestuurlijke besluitvorming.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de immateriële schadevergoeding en het niet toegekende wettelijke rente over deze vergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de schadevergoeding voldoende had gemotiveerd en dat de vergoeding voor de vertraging passend was vastgesteld.
Wel stelde de Raad vast dat appellant recht heeft op wettelijke rente over de immateriële schadevergoeding vanaf de datum van het primaire schadebesluit van 7 augustus 2006 tot de dag van voldoening. De Raad veroordeelde het UWV daarom tot betaling van deze rente en bevestigde verder de eerdere uitspraak, inclusief de proceskostenveroordeling ten gunste van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de immateriële schadevergoeding en veroordeelt het UWV tot betaling van wettelijke rente over deze vergoeding vanaf het primaire schadebesluit.