ECLI:NL:CRVB:2005:AT9093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schutttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens onrechtmatige WAO-uitkeringsbesluiten na kankerbehandeling
Gedaagde, voormalig kantoorleider, kreeg na succesvolle kankerbehandeling WAO-uitkeringen toegekend. Appellant herzag deze uitkeringen meerdere malen neer op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De besluiten van 22 oktober 1996 en 12 november 1998 werden door de rechtbank vernietigd wegens onrechtmatigheid en toerekenbaarheid aan appellant.
Gedaagde vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade wegens geestelijk leed veroorzaakt door deze onrechtmatige besluiten. De rechtbank kende een immateriële schadevergoeding van €15.000 toe en materiële schade van €91,70. Appellant ging in hoger beroep tegen deze toekenning.
De Raad oordeelt dat de psychische klachten van gedaagde, waaronder een ernstige depressie en angststoornis, als aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106 BW Pro kunnen worden beschouwd. Er is een genoegzaam causaal verband tussen de onrechtmatige besluiten en de geestelijke schade, ook al spelen samenlopende oorzaken een rol. De Raad bevestigt de door de rechtbank vastgestelde schadevergoeding en wijst tevens de wettelijke rente toe vanaf het moment van het onrechtmatige besluit.
De Raad verwerpt het standpunt van appellant dat de vergoeding te hoog is en bevestigt de redelijkheid van het toegekende bedrag. Tevens wordt het griffierecht aan appellant opgelegd. Hiermee wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €15.000, materiële schade van €91,70 en wettelijke rente, met bevestiging van vernietiging van onrechtmatige WAO-besluiten.