ECLI:NL:CRVB:2009:BK6884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op medische grondslag na bezwaar en hoger beroep
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 31 december 2007 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het herzieningsbesluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische grondslag onvoldoende was, onder meer omdat verouderde medische informatie werd gebruikt, geen rekening was gehouden met de nadelige effecten van een EMDR-behandeling en het medicijngebruik van paroxetine onvoldoende was betrokken. De Raad overwoog dat appellante op de datum van het besluit geen EMDR-behandeling volgde en dat het medicijngebruik geen aanleiding gaf tot nadere beperkingen.
De Raad stelde vast dat de medische gegevens actueel en voldoende waren voor een verantwoorde oordeelsvorming. Ook zag de Raad geen reden om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.