ECLI:NL:CRVB:2009:BK7032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meende dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend. Het UWV had de uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, waarbij werd aangenomen dat appellante haar eigen functie van 19 uur per week kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het niet noodzakelijk was dat de bezwaarverzekeringsarts een zelfstandig medisch onderzoek verrichtte, omdat voldoende medische informatie aanwezig was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar ziektebeeld onvoldoende was onderzocht en dat zij slechts 12 uur per week zou kunnen werken.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts adequaat onderzoek had gedaan en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven voor een urenbeperking tot 12 uur. De Raad vond geen objectieve medische argumenten die de beperkingen van appellante in twijfel trokken en bevestigde dat zij haar functie van 19 uur per week kon vervullen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante haar functie van 19 uur per week kan vervullen.