ECLI:NL:CRVB:2011:BU1983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering na WAO-beoordeling
Appellant ontving naast een WAO-uitkering ook een Werkloosheidswetuitkering en meldde zich op 25 oktober 2007 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Een verzekeringsarts verklaarde hem per 13 november 2007 geschikt voor arbeid, waarna het UWV de Ziektewetuitkering beëindigde. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard omdat de bezwaarverzekeringsarts op basis van dossieronderzoek en informatie van de huisarts concludeerde dat appellant geschikt was voor de functies uit de laatste WAO-beoordeling.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een lichamelijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts noodzakelijk was voor een zorgvuldige heroverweging. De Raad oordeelde echter dat het achterwege laten van een eigen onderzoek niet onzorgvuldig is, zeker gezien de aard van de aandoeningen en de uitgebreide huisartsinformatie. Appellant gaf geen concrete aanwijzingen waar het onderzoek op gericht had moeten zijn of welke klachten onvoldoende waren belicht.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de uitkomst juist is. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering per 13 november 2007.