ECLI:NL:CRVB:2009:BK7056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds december 2002 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een bestandsvergelijking tussen kentekenregistraties van de RDW en gemeentelijke gegevens ontstond twijfel over de rechtmatigheid van de verleende bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen trok daarom de bijstand over mei en november 2004 en maart 2005 in en vorderde de kosten terug.
Bij bezwaar werd de intrekking en terugvordering beperkt tot mei en november 2004. Appellant voerde aan dat de auto's slechts voor consumptief gebruik waren en gaf geen aannemelijke verklaring voor het feit dat hij in genoemde maanden meer dan één auto op zijn naam had staan. De Raad stelde vast dat appellant in deze maanden meerdere kentekens op zijn naam had en dat hij de auto's aan derden had overgedragen, wat duidt op mogelijke inkomsten.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting uit artikel 17 WWB Pro had geschonden door deze transacties niet te melden. Hierdoor kon het recht op bijstand over deze maanden niet worden vastgesteld. Het College handelde bevoegd en conform beleidsregels bij de intrekking en terugvordering. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over mei en november 2004 worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.