ECLI:NL:CRVB:2008:BD6241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij kentekenregistraties
Appellant ontving sinds 1998 bijstand en had tussen 2000 en 2005 in totaal 17 autokentekens op zijn naam geregistreerd. Het College stelde op basis van gegevens van de RDW een onderzoek in en besloot de bijstand over verschillende periodes in te trekken en terug te vorderen wegens onvoldoende duidelijkheid over de herkomst en verkoop van de auto's.
De rechtbank vernietigde dit besluit deels omdat de intrekking ook over ruimere periodes dan de transactiemaanden was toegepast. Het College nam daarop een nieuw besluit waarbij de intrekking werd beperkt tot de maanden waarin kentekenregistraties werden beëindigd.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot deze intrekking en terugvordering, dat de gegevensuitwisseling met de RDW rechtmatig was en dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover die afweek van vaste rechtspraak en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is ongegrond verklaard en het College is veroordeeld in de proceskosten.