ECLI:NL:CRVB:2009:BK7100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit wegens onvoldoende medische grondslag en heropening onderzoek redelijke termijn
Appellant, voorheen werkzaam als beveiligingsbeambte en bakker, meldde zich ziek met psychische klachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Het UWV herzag deze uitkering in 2004 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) als juist werden beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen onjuist waren vastgesteld, onderbouwd met een rapport van psychiater Mutsaers. Een door de Raad ingeschakelde deskundige, psychiater Den Daas, concludeerde dat appellant leed aan A.D.D., een aandoening die niet voldoende was meegenomen in de FML. De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat het UWV-besluit onvoldoende medische grondslag heeft omdat de concentratieproblemen niet waren verwerkt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te kunnen doen over de gevraagde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het onderzoek wordt heropend voor een nieuwe beslissing en beoordeling van schadevergoeding.