ECLI:NL:CRVB:2009:BK7112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraken over toepassing artikel 44 WAO bij korting en uitbetaling WAO-uitkering
Appellant was ziekgemeld en aanvankelijk werd zijn WAO-uitkering geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na herbeoordeling kende het Uwv hem een WAO-uitkering toe met terugwerkende kracht tot juni 2003, waarbij later correcties werden aangebracht vanwege inkomen uit arbeid. De uitbetaling van de WAO-uitkering werd in juli 2003 teruggebracht en vervolgens volledig gestaakt, waarna de korting per januari 2005 werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat artikel 44 van Pro de WAO dwingend recht is en toepassing daarvan met terugwerkende kracht correct was. De rechtbank oordeelde ook dat problemen met de werkgever buiten het bestuursrechtelijke geschil vallen en dat appellant zich daarvoor tot de civiele rechter moet wenden.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat de toepassing van artikel 44 WAO Pro in redelijkheid had kunnen worden achterwege gelaten en dat hij problemen ondervindt door het besluit van het Uwv. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het beroep faalt, omdat artikel 44 WAO Pro dwingend recht is en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de beëindiging van de korting nadelen heeft ondervonden.
De Raad wees ook op het onderzoek bij de werkgever waaruit bleek dat appellant zijn loon voor verrichte arbeid volledig heeft ontvangen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraken en wijst het hoger beroep van appellant af.