ECLI:NL:CRVB:2009:BK7113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, geboren in 1949, ontving sinds 1988 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 2007 verzocht hij het UWV om voortzetting van zijn uitkering en toestemming om met behoud daarvan naar Brazilië te vertrekken. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat appellant passend werk kon verrichten met een verdiencapaciteit van circa 64%, wat resulteerde in een verlaging van zijn uitkering naar 35 tot 45%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het motiverings-, vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel waren geschonden, en dat hij niet opnieuw beoordeeld had mogen worden gezien zijn leeftijd en onveranderde situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV correct had gehandeld volgens het arbeidsongeschiktheidscriterium dat gold tot 1 oktober 2004.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verzocht om benoeming van een deskundige en toekenning van schadevergoeding wegens financiële en emotionele schade. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig, stelde vast dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen medische onderbouwing had geleverd om het oordeel te betwisten.
De Raad vond geen reden om een deskundige te benoemen of schadevergoeding toe te kennen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.