ECLI:NL:CRVB:2009:BK7225
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering en toeslag op grond van Wet burger-oorlogsslachtoffers wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1926, diende in 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering, toeslag en bijzondere voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, vanwege gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn internering in kamp Erica tijdens de Duitse bezetting.
Verweerster wees de aanvraag in 2008 af omdat niet voldaan werd aan de eis van blijvende invaliditeit door oorlogsgerelateerd psychisch of lichamelijk letsel. Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn hartklachten en psychische klachten wel degelijk oorlogsgerelateerd zijn en dat het medisch onderzoek onvolledig was. Hij stelde zich op het standpunt van omgekeerde bewijslast.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd, waarbij alle psychische klachten zijn betrokken en de hartklachten niet aan oorlogservaringen kunnen worden toegeschreven. Er is geen aanleiding om de bewijslast om te keren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitkering en toeslag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgerelateerd letsel.