ECLI:NL:CRVB:2009:BK7301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering echtgenoot
Appellante verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). De echtgenoot was vanaf juli 1993 verzekerd op grond van een AOW-pensioen dat hoger was dan 35% van het minimumloon. Per 1 januari 2000 verviel het oude besluit en werd artikel 63a van de ANW van toepassing, waardoor hij zich binnen een jaar moest aanmelden voor de vrijwillige verzekering.
De echtgenoot heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt en overleed in 2003. Appellante stelde dat het AOW-pensioen vanaf maart 2000 ten onrechte was verlaagd, maar dit werd in 2001 met terugwerkende kracht hersteld. De Raad oordeelde dat dit geen invloed had op de bevoegdheid tot aanmelding en dat de echtgenoot, ondanks meerdere herinneringen, zich niet tijdig heeft aangemeld.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen omdat de termijn voor aanmelding is verstreken en het verzekerde risico reeds is ingetreden.
Uitkomst: Het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen wegens niet tijdige aanmelding.