Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK7346

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3015 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid 25-35%

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen vanaf 19 juni 2006. Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit en kende een WAO-uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond, omdat het medische oordeel van de deskundige psychiater G.T. Gerssen voldoende was onderbouwd en in overeenstemming met de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

In hoger beroep voerde appellant aan dat nieuw medisch bewijs niet was meegewogen. De Raad overwoog dat de deskundige juist rekening had gehouden met alle relevante medische informatie, waaronder rapporten van de psychiater Güner en de huisarts. De rapporten waren zorgvuldig en gemotiveerd opgesteld.

De Raad zag geen reden om af te wijken van het deskundigenoordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 25-35% wordt bevestigd.

Uitspraak

09/3015 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 22 april 2009, 07/1326 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. N. Hendriksen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2009. Appellant is verschenen bij gemachtigde, mr. Hendriksen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M. Florijn.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 9 november 2006 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij vanaf 19 juni 2006 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.2. Bij besluit van 13 april 2007 heeft het Uwv het door appellant hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
1.3. Bij besluit van 16 januari 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv laatstgenoemd besluit gewijzigd in die zin dat aan appellant met ingang van 19 juni 2006 een WAO-uitkering wordt toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 13 april 2007 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat zij geen aanknopingspunten ziet om de conclusies van de door haar ingeschakelde deskundige psychiater G.T. Gerssen als weergegeven in zijn rapport van 1 september 2008 en het aanvullende rapport van 8 oktober 2008 voor onjuist te houden. De door de deskundige genoemde beperkingen komen overeen met de in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 25 oktober 2006 opgenomen beperkingen en de deskundige heeft aangegeven dat hij zich met die FML kan verenigen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit berust op een toereikende medische grondslag. De aan appellant voorgehouden functies acht de rechtbank in overeenstemming met de belastbaarheid van appellant als weergegeven in de FML.
3. In hoger beroep heeft appellant hiertegen aangevoerd dat er geen rekening is gehouden met na 19 juni 2006 ter beschikking gekomen medische informatie, zoals de in beroep overgelegde informatie van de huisarts en de psychiater S. Güner.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel gevolgd. Evenmin als de rechtbank ziet de Raad in dit geval redenen om van dit uitgangspunt af te wijken. De deskundige heeft rekening gehouden met de door appellant overgelegde informatie van de psychiater Güner van januari 2006 en 25 augustus 2008 en in zijn rapport van 8 oktober 2008 de informatie van de huisarts besproken. De rapporten van de deskundige zijn zorgvuldig tot stand gekomen en inzichtelijk gemotiveerd. Voor een nader onderzoek door een andere psychiater ziet de Raad geen aanknopingspunten.
4.3. Het hoger beroep slaagt dus niet.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) M.A. van Amerongen.
IvR