ECLI:NL:CRVB:2009:BK8142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen toekenningsbesluit WAO wegens termijnoverschrijding
Appellante, die per 1 januari 2003 een onderneming heeft overgenomen, maakte bezwaar tegen een toekenningsbesluit van het UWV van 5 maart 2004, waarin een WAO-uitkering werd toegekend aan een ex-werknemer. De Raad stelt vast dat de bezwaartermijn van zes weken op 6 maart 2004 begon en op 16 april 2004 eindigde. Appellante heeft pas op 9 november 2006 bezwaar gemaakt, ruim na het verstrijken van deze termijn.
De Raad oordeelt dat de brief van 16 december 2005, waarin appellante reageerde op een vooraankondiging van kosten, niet kan worden aangemerkt als een tijdig bezwaarschrift. Bovendien acht de Raad de ontkenning van ontvangst van het toekenningsbesluit door appellante niet geloofwaardig, mede omdat zij niet eerder om opheldering heeft gevraagd en de onderneming onder dezelfde naam en adres werd voortgezet.
Gelet op het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding verklaart de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het toekenningsbesluit WAO wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.