ECLI:NL:CRVB:2009:BK8192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks bezwaar betrokkene
Betrokkene werd geconfronteerd met een terugvordering van WAO-uitkeringen over het jaar 2000 en de periode van 1 januari tot 1 oktober 2003, vanwege inkomsten uit arbeid die volgens het UWV niet waren meegenomen. De rechtbank had het eerdere terugvorderingsbesluit vernietigd wegens het ontbreken van een voorafgaand herzienings- of intrekkingsbesluit, maar het UWV nam een nieuw besluit dat deels tegemoetkwam aan de bezwaren van betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het nieuwe besluit van het UWV correct was en bevestigde de vernietiging van het eerdere besluit. De Raad verwierp de stelling van betrokkene dat hij geen inkomsten uit arbeid had, verwijzend naar een arbeidsdeskundigenrapport en verklaringen die het tegendeel bewezen. Ook het argument dat de terugvordering onjuist was vanwege lopende belastingherzieningen werd niet geaccepteerd.
Verder wees de Raad het beroep af dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, aangezien betrokkene deze niet met voldoende bewijs ondersteunde. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de terugvordering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.