ECLI:NL:CRVB:2009:BK8265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen schuldoverzicht IB-Groep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de IB-Groep van 31 mei 2007 waarin een overzicht van zijn schulden werd verstrekt. De IB-Groep verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevatte.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de brief inderdaad geen zelfstandige rechtsgevolgen in het leven roept en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn brief van 15 juni 2007 als verzoek tot herziening van beslissingen had moeten worden beschouwd, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad stelde vast dat appellant expliciet bezwaar maakte tegen de brief van 31 mei 2007 en dat deze brief slechts een overzicht van reeds vastgestelde schulden bevatte. Er werden geen nieuwe rechtsgevolgen gecreëerd. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad achtte geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de brief van 31 mei 2007 is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.