ECLI:NL:CRVB:2009:BK8316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet nakomen oproep en onduidelijkheid woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd opgeroepen voor gesprekken in het kader van een heronderzoek. Hij verscheen niet op de afspraak van 17 juli 2006, ondanks dat de oproep onbetwist naar zijn eigen opgegeven adres was verzonden. De Raad oordeelde dat appellant nalatig was in het informeren over een eventueel ander verblijfadres en dat de hersteltermijn van ruim tien dagen voldoende was.
Verder had appellant bij een nieuwe aanvraag meerdere woon- en verblijfadressen opgegeven, maar kon hij niet helder maken waar hij feitelijk verbleef. Dit gebrek aan duidelijkheid maakte het onmogelijk om het recht op bijstand vast te stellen. De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigde de intrekking van de bijstand met ingang van 26 juni 2006.
De Raad wees erop dat het van groot belang is dat de betrokkene in persoon verschijnt bij gesprekken om de gevraagde gegevens te verstrekken en dat het Dagelijks Bestuur redelijk heeft gehandeld binnen de bevoegdheden van artikel 54 WWB Pro. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet nakomen van de oproep en onduidelijkheid over het woonadres wordt bevestigd.