ECLI:NL:CRVB:2009:BK8317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als paprikaplukster, meldde zich ziek na haar bevallingsverlof vanwege rug-, bekken- en duimklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 16 mei 2007, omdat zij geschikt werd geacht voor haar werk. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek als zorgvuldig beoordeelde en stelde dat de klachten niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, verwijzend naar medicatie voorgeschreven door haar huisarts na de datum van het besluit. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en onderschreef het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de beperkingen niet waren onderschat. De Raad stelde vast dat de medicatie pas na de datum van het besluit was gestart en dat verwijzingen naar specialisten na die datum onvoldoende aanleiding gaven om het standpunt van het UWV te betwijfelen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden tot proceskostenveroordeling. Hiermee blijft het besluit van het UWV in stand dat appellante vanaf 16 mei 2007 geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 16 mei 2007 geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.