ECLI:NL:CRVB:2009:BK8317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op uitkering op grond van de Ziektewet na zorgvuldig medisch onderzoek
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante, die geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) na een medisch onderzoek door het Uwv. Appellante, werkzaam als paprikaplukster, meldde zich ziek na haar bevallingsverlof op 16 maart 2007, met rug- en bekkenklachten en klachten aan de duim. Het Uwv heeft haar na onderzoek op 16 mei 2007 medegedeeld dat zij geen recht meer had op een uitkering, omdat zij geschikt werd geacht voor haar arbeid. Dit besluit werd later bevestigd door een tweede besluit op 20 juni 2007, waarin de uitkering werd beëindigd. Appellante heeft bezwaar gemaakt, maar het Uwv verklaarde deze bezwaren ongegrond.
De rechtbank Rotterdam heeft in haar uitspraak van 21 april 2008 het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan en dat de klachten van appellante niet onvoldoende waren onderkend. Appellante ging in hoger beroep en herhaalde haar standpunt dat haar beperkingen ernstiger waren dan door het Uwv werd aangenomen. Ze verwees naar medicatie die zij had gekregen van haar huisarts.
De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 23 december 2009 het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellante waren onderschat. De Raad vond dat appellante geen nieuwe medische informatie had overgelegd die de conclusie van de verzekeringsartsen zou kunnen betwisten. De Raad concludeerde dat appellante per 16 mei 2007 geen recht had op ziekengeld en bevestigde de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.