ECLI:NL:CRVB:2009:BK8327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen terugwerkende kracht basistoelage Wtos ondanks bezwaar appellante
Appellante stelde zich op het standpunt dat de IB-Groep onrechtmatig heeft gehandeld door niet proactief te informeren over de mogelijkheid tot aanvraag van een basistoelage en door het besluit van 13 maart 2008 niet met terugwerkende kracht toe te kennen. Tevens voerde zij aan dat sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank Utrecht had het beroep van appellante ongegrond verklaard en het besluit van de IB-Groep bevestigd. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel overgenomen. De Raad oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat voor de IB-Groep om actief voorlichting te geven en dat het beleid omtrent terugwerkende kracht, hoewel buitenwettelijk, op consistente wijze was toegepast.
Verder wees de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat appellante geen gelijke gevallen aannemelijk had gemaakt. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd verworpen, aangezien het besluit in overeenstemming was met de wetgever en de wetstekst, die expliciet geen terugwerkende kracht toestaat.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van de IB-Groep en wees het hoger beroep van appellante af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit van de IB-Groep bevestigd.