ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft op 6 maart 2006 een aanvraag om bijstand ingediend, die door het College buiten behandeling is gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens. Op 10 mei 2006 diende appellant een nieuwe aanvraag in met het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 14 februari 2006.
Het College kende bijstand toe met ingang van 8 mei 2006, de datum waarop appellant zich opnieuw bij het Centrum voor werk en inkomen meldde, en wees terugwerkende kracht af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat toezeggingen van een medewerker van het CWI en de gang van zaken rondom de eerdere aanvraag een terugwerkende toekenning rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan en dat de vaste rechtspraak geen terugwerkende kracht toestaat zonder bijzondere omstandigheden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.