ECLI:NL:CRVB:2009:BK8581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
Appellante diende op 26 oktober 2006 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven. Het College verzocht haar bij brief van 29 november 2006 om aanvullende gegevens over de herkomst van kasstortingen op haar bankrekening en haar wijze van voorziening in de kosten van het bestaan vanaf 1 augustus 2006. Omdat appellante niet binnen de gestelde termijn deze gegevens aanleverde, stelde het College de aanvraag bij besluit van 13 december 2006 buiten behandeling.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet beschikte over de gevraagde gegevens, maar de Raad vond hiervoor geen aanknopingspunten.
De Raad oordeelde dat het College op grond van artikel 4:5 Awb Pro bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat de verstrekte gegevens onvoldoende waren voor een goede beoordeling en appellante redelijkerwijs over de gevraagde gegevens kon beschikken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet aanleveren van noodzakelijke aanvullende gegevens.