ECLI:NL:CRVB:2009:BK8726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo in een zaak tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft bij uitspraak van 20 mei 2009 het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad stelde vast dat de gehele procedure ruim vier jaar en negen maanden had geduurd, waarbij het UWV bijna zeven maanden deed over een beslissing op bezwaar. Dit leidde tot het vermoeden van overschrijding van de redelijke termijn door zowel het UWV als de rechtbank. De Staat erkende de overschrijding in de rechterlijke fase en stelde een vergoeding van € 1.000 redelijk.
De Raad overwoog dat de overschrijding in totaal één jaar en ruim drie maanden bedroeg, wat een schadevergoeding van drie maal € 500 rechtvaardigt, totaal € 1.500. Hiervan komt € 500 voor rekening van het UWV en € 1.000 voor rekening van de Staat. Daarnaast werden de proceskosten van betrokkene vastgesteld op € 322, te verdelen tussen UWV en Staat. De Raad veroordeelde beide partijen tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.