ECLI:NL:CRVB:2009:BK8761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- P. Boer
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens te late aanvraag ondanks telefonische contacten
Appellant was werkzaam als chauffeur en werd geconfronteerd met het faillissement van zijn werkgever, waarna hij een vordering indiende voor achterstallig loon. In januari 2008 diende hij een schriftelijke aanvraag in bij het UWV voor een WW-uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW.
Het UWV wees de aanvraag af wegens te late indiening, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eerder telefonisch contact had gehad met het UWV, wat volgens hem een eerdere aanvraag zou betekenen.
De Raad oordeelde echter dat de telefoonnotities van het Klant Contact Centrum onvoldoende duidelijkheid bieden om van een eerdere aanvraag te spreken. De onduidelijkheid van de notities en het ontbreken van een ondubbelzinnige aanvraag leiden tot de conclusie dat de schriftelijke aanvraag van 25 januari 2008 tijdig is en dat er geen sprake is van een bijzonder geval.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een WW-uitkering is te laat ingediend, waardoor geen recht op uitkering bestaat.