ECLI:NL:CRVB:2009:BK8780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving benoeming in LB-functie ondanks advies LBC en functiewaarderingsonderzoek
Appellante is sinds 1994 werkzaam bij een regionale scholengemeenschap en werd benoemd in de LB-functie. Zij maakte bezwaar tegen deze benoeming en solliciteerde tevens naar een LC-functie. De Stichting handhaafde de benoeming in de LB-functie, waarop de Landelijke Bezwarencommissie onderwijs inzake functiewaardering (LBC) adviseerde het besluit te herroepen en appellante in de LC-functie te benoemen.
De Stichting liet een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door Van Nispen, die concludeerde dat appellante's werkzaamheden niet grotendeels aan het LC-profiel voldeden. Appellante liet een tegenrapport opstellen door Adriaens, dat haar wel in de LC-functie plaatste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het rapport van Van Nispen zorgvuldig was en dat het advies van de LBC onvoldoende gemotiveerd was, vooral vanwege tegenstrijdigheden over de feitelijke werkzaamheden van appellante. Ook het rapport van Adriaens kon niet op voldoende waarde worden geschat omdat het niet onafhankelijk was en niet inging op het rapport van Van Nispen.
De Raad wees verder een nieuw aangevoerd standpunt van appellante over een persoonlijke functie af wegens te late inbreng. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de handhaving van de benoeming in de LB-functie gehandhaafd.
Uitkomst: De handhaving van de benoeming van appellante in de LB-functie wordt bevestigd.