ECLI:NL:CRVB:2009:BK9270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage een aanvraag om bijstand ingediend voor de periode vanaf 29 november 2002. Het College kende bijstand toe vanaf 2 januari 2006, maar wees de aanvraag over de periode daarvoor af. Appellant diende vervolgens een herhaalde aanvraag in voor die eerdere periode, waarop het College de aanvraag afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het oorspronkelijke besluit gebrekkig was en dat het College de herhaalde aanvraag niet op grond van artikel 4:6 Awb Pro had mogen afwijzen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het College bevoegd was het besluit te nemen en dat het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden een geldige grond was voor afwijzing.
De Raad benadrukte dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit niet beslissend is voor de vraag of het College van het eerdere besluit moet terugkomen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag om bijstand wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.