ECLI:NL:CRVB:2009:BL0894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende aanspraak op kinderbijslag voor 2005 wegens onvoldoende economische binding
Betrokkene, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, verbleef sinds 2000 in Nederland en kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. In 2006 vroeg hij kinderbijslag aan, die aanvankelijk werd geweigerd maar later toegekend vanaf 2006. De rechtbank had echter geoordeeld dat betrokkene ook aanspraak had op kinderbijslag over 2005 vanwege zijn langdurige verblijf en sociale binding.
De Sociale Verzekeringsbank ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene in 2005 niet als ingezetene kon worden beschouwd omdat hij geen juridische of economische binding had met Nederland. De Raad stelde vast dat de juridische binding via de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd pas vanaf 2006 gold en dat het drie-jaren-beleid voor ingezetenschap niet zonder meer van toepassing was op asielgerechtigden met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Hoewel betrokkene een aanzienlijke sociale binding met Nederland had opgebouwd, ontbrak het aan economische binding, zoals inkomen uit werk of vergelijkbare activiteiten. Het volgen van een HBO-opleiding en vrijwilligerswerk werden niet als voldoende economische binding aangemerkt. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee geen terugwerkende kinderbijslag werd toegekend.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst de terugwerkende kinderbijslag over 2005 af.