ECLI:NL:CRVB:2010:BK8720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Ziektewetuitkering na ontslag wegens benadelingshandeling
Appellant was sinds 2002 als dakdekker werkzaam en meldde zich in september 2006 ziek. Kort daarna werd zijn dienstverband beëindigd wegens het niet reageren op een verzoek tot contact. Appellant vroeg aansluitend een Ziektewetuitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij onnodig een beroep deed op de Ziektewet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant een benadelingshandeling had gepleegd door niet tegen het ontslag op te komen. De verzekeringsartsen concludeerden op basis van huisartsgegevens dat appellant rond de ontslagdatum niet zodanig psychisch ziek was dat hij niet adequaat kon handelen.
De Raad onderschrijft deze overwegingen en wijst het hoger beroep af. Het advies van een advocaat om geen procedure te starten en het feit dat appellant een werkloosheidsuitkering aanvroeg, wegen mee in het oordeel dat de benadelingshandeling verwijtbaar is. Er is geen dringende reden om van de maatregel af te zien.
Uitkomst: Het verzoek om een Ziektewetuitkering wordt afgewezen wegens verwijtbare benadelingshandeling door appellant.